Miskleunen Terug naar les1.
Terug naar les15.

 

Er zijn specifieke fouten waardoor Nederlandstaligen in het Fries gemakkelijk een figuur slaan.

Een paar voorbeelden:
- Als je een
brood wilt bestellen bij de bakker, zeg dan b˘le en niet bolle, want dat betekent stier.

- Let op: It kin net = Het kan niet.

- Heel verwarrend kan zijn de uitspraak van heal half tegenover hiel heel, dat tot overmaat van ramp in sommige delen van de provincie ook nog eens als heel wordt uitgesproken!

- In stikem jonkje = Een stil jongetje.


Ben je tegen nog andere voorbeelden aangelopen, dan meld ze hier graag.
Cursisten zullen je er dankbaar voor zijn.

Nog een paar verwarrende zaken:
- De weide is een 'vracht hooi' en geen 'grasland', want dat is de greide.
- De űnwennigens is vooral 'heimwee': it jonkje wie sa űnwennich 'het jongetje had zoveel heimwee'.
- Hy wie ˙tfanhűs = 'hij was uit logeren'.
- Neven en nichten zijn in het Fries alleen van je eigen generatie,
anders zijn het omkesizzers en muoikesizzers.

Een 'rieten dak' heet tek, maar een 'pannendak' gewoon dak.
Een 'benen' mesje is van bien, maar in het vlees zit een bonke.
En je 'benen' heten fuotten, of beter skonken.
Je 'elleboog' heet earmtakke en je 'dijen' billen, maar je zit op je stuten of je gat.
Heb je voorover gebogen gewerkt, dan krijg je het in it kr˙s, wat dan wel aan de achterkant zit.
[De laatste twee gevallen zijn trouwens voorbeelden van taboegebieden als 'woordenvreters' in het Nederlands].

Verder zegt men vaak tink (ik) voor 'waarschijnlijk': Dat sil't wol, tink.
rinne is gewoon 'lopen', maar 'rennen' is drave of hurdrinne.
En dan melkt de boer de koe, hoewel er molke uit komt.
Een 'sjaal' heet vaak das, maar een 'das' heet stryk (of taks als het een dier is).
En je broek kan beter wiid zijn dan wiet.

slűch is 'slaperich', sleau is 'slordig, traag', slim is 'moeilijk, slecht' en niet zozeer 'slim',
want dat is snoad en als ie ook noch 'handig' is: tűk.

'Ik ga weg' - Ik gean fuort.
'Ik ga bij je weg' - Ik gean by dy wei